Ongerijmde rijmseltjes
Meer dan het onderstaande heb ik nog niet zelf gefabriceerd, maar kijk ook eens HIER, alsmede:
Gedigjes;
Mooi klote;
'N avontuurtje;
Trut zonder nut.

U moet u met u
indenticatie
legimiteren.

Het kortste gedicht in de Nederlandse taal staat op naam
van Joost van den Vondel die het in 1620 schreef:
U,
Nu!
Maar dát kan ik beter:
U?
U!
En ik las ooit ergens:
O,
O.
U weet toch wel dat een gedicht niet per se precies hoeft te rijmen?
Als je het aantal lettergrepen als criterium gebruikt:
Paal.
Au!
En als je alleen de woorden telt:
Rrruften...
Vluchten!

Een ongekend Brave Helmónder,
Was Hendrik, begaafd en bijzonder,
Hij speelde viool,
Maar streek te frivool,
Dat gaf in de glazen gedonder.

Flutgedigje
Een rijke fluitiste die kocht voor een stuiver een fluitje,
En als dan die fluitende fluit als fluitiste haar fluit fluit,
Dan is 't voor die fluitfluitende fluitfluitiste,
Eenvoudig voor één cent een fluitje.
Maar als dan een armere flutfluit besluit,
Pardoes op die fluit van die fluitfluit te fluiten,
Dan heeft haar gefluit op die fluitfluitfluit,
De waarde niet eens van een fluit van een duit1.
Dan kan ze aansluitend uitsluitend,
Heel duid'lijk en luid er al flierend en fluitend naar fluiten.
1 Een duit was een achtste stuiver.

Er zat eens een dichter te rijmen in Vlijmen,
Met limericks zat ie op pleinen te geinen,
Hij wist van trochee en van jambe,
Want die zijn elkaar met elkander,
Hij had zich verstopt achter lange gordijnen
en dacht toen dat dat amfibrachische metrum
moest blijven verschijnen en nooit mocht verdwijnen
want dat zou niet fijn zijn. Ach lik toch me retum!

Niet mee bemoeien!
Vind je 't een goeie,
Als we zonder te stoeien,
'n Eindje gaan roeien?
& Als groeiende bloemen bloeien,
Terwijl we ze zonder knoeien,
Vloeiend bevloeien,
Zal 't mij niet boeien,
Als alle koeien,
LOEIEN!

Stoplap
Op zoek naar de zomerse zon,
Was hij aan vakantie begon'.
Van ver boven Neêrland,
Naar 't zuid'lijke Zeeland.
Van Trondheim naar Breskens,
Maar hó toch, rém efkes!
Want midden in Rilland,
Daar dwaalde een eland!

Mijn allerliefste grootje,
Voer 's zomers in een bootje,
Gezellig op een slootje,
In d'r helemaal hartstikke
Nieuwe winterjas.

I like this bright guy in the choir,
His voice roises hoir and hoir,
It sounds like a foir,
Ascends like a floir,
They'll find it by night in the spoir.
 
It wasn't at all my desoir,
Nor did I it ever requoir,
But it became doir,
It frightened the froir,
Believe me, I am not a loir.

With some adversity,
But no perversity,
The university,
Taught with diversity,
And much dispersity,
About intercity!
How interce
is a train?

Er was eens een boef in Ter Apel,
Die eindigde op de brandstápel,
De vlammen, zeer heet,
Die likten zijn ...,
De uitvaartdienst was in de kapel.

De lente was prilletjes,
Maar nog wat killetjes,
Een trillend
rilletje,
Dus slik je
pilletjes.
Een stevig drilletje,
Een heerlijk chilletje,
Je blijft niet stilletjes,
Maar slaakt een gilletje,
Met een eigen willetje,
Vanachter 't mooie grilletje,
Vol rare rode schilletjes.
En door mijn grote brilletje,
Begluur ik jouw blo-
edrodeĀ lippetjes.

Toen ze ons binnenlieten,
Om ons vol te gieten,
En we onze glazen vieten,
Stonden we te genieten,
Van twee schitterende grieten,
Met prachtige welgevormde
Hermafrodiete
Jezuïeten
Op theevisite.

Wat zie je toch pips!
Zit je been in 't gips?
Wel, volg mijn tips:
Voorkom de dips,
En doe niks
sips,
Maar wel iets hips,
Net als de VIPs.
Maak videoclips,
Schrijf grote strips,
Geen idiote slips,
Maar wel met je blo-
zend gezicht.

Quimerick (quasi-limerick):
Hé, lees toch eens deze recensie,
Een violist zonder pretentie,
Natuurkund'en sýsteemontwerpen,
Deed hij om zijn geld te verwerven,
Rumoerig of zacht,
 In praal en in pracht,
Krast hij de frequentie met sterkte.
Ruimtétijd, heelal, universum,
En kromming rondom gravicentrum,
 In iedere ster zit een spectrum,
Niet sneller dan licht,
Te moeilijk wellicht,
Snap jij het of is dat je quotum?

Copyright © 2025,2026 Henk Reints, Henk-Reints.nl